Toen ik begon met meerdaagse fietstochten, dacht ik dat bagage een bijzaak was. Je gooit wat spullen in een tas en gaat. Inmiddels weet ik wel beter: hoe je je fiets belaadt, bepaalt hoe je dag verloopt. Te veel gewicht verkeerd verdeeld, een tas die doorlekt bij de eerste bui, of eindeloos zoeken naar je regenjas onderin — het zijn kleine dingen die een mooie rit kunnen verpesten.
Na heel wat kilometers op twee verschillende fietsen ben ik uitgekomen bij een duidelijke voorkeur per situatie. In dit artikel leg ik het verschil uit tussen de twee grote kampen — klassieke pakaftassen en moderne bikepacking-tassen — en vertel ik welke ik wanneer gebruik en wat voor mij werkt.
Twee filosofieën
Het verschil tussen de twee systemen is eigenlijk een verschil in filosofie.
Pakaftassen gaan uit van ruimte en comfort. Je hangt grote tassen aan een bagagedrager en neemt mee wat je nodig hebt — en vaak een beetje meer. Het is de klassieke manier van toerfietsen: degelijk, overzichtelijk, beproefd.
Bikepacking gaat uit van minimalisme en wendbaarheid. Je bevestigt compacte tassen direct aan het frame, zonder drager, en dwingt jezelf om licht te pakken. Het komt uit de mountainbike- en gravelwereld, waar gewicht en behendigheid op onverhard terrein zwaarder wegen dan ruimte.
Geen van beide is “beter”. Ze passen bij verschillende ritten — en, zo ontdekte ik, bij verschillende fietsen.
Mijn Santos Travelmaster: gemaakt om te dragen
Mijn Santos Travelmaster is een echte tourfiets. Stevig stalen frame, gebouwd voor lange afstanden met bagage, met alle bevestigingspunten die je je maar kunt wensen. Op deze fiets rijd ik met klassieke pakaftassen, en dat is geen toeval.
Voor mijn meerdaagse expedities door Europa — denk aan trajecten als Berlijn naar Praag — wil ik drie dingen: ruimte, overzicht en betrouwbaarheid. Pakaftassen geven me dat. Ik open ‘s ochtends de klep, zie precies waar alles ligt, en pak in een paar minuten in. Aan het eind van de dag klik ik de tassen los en loop ermee naar binnen. Geen gepuzzel.
Wat ik waardeer aan dit systeem:
- Volume zat. Kleding voor wisselend weer, gereedschap, reserveonderdelen, eten — het past allemaal, ook voor een week of langer.
- Overzicht. Ik verdeel bewust: links de kleding, rechts het technische spul. Onderweg weet ik blind waar ik moet zijn.
- Gemak bij overnachten. Tassen los, fiets op slot, klaar.
- Stabiliteit op asfalt. Het gewicht zit laag en achter, wat op verharde wegen prettig rustig stuurt.
Eerlijk over de nadelen: op smalle of onverharde paden voelt een volgeladen tourfiets log. En de tassen vangen wind — op een lange dag tegen de wind merk je dat in je benen. Maar voor het type rit waarvoor ik de Santos inzet, wegen die nadelen niet op tegen het comfort.

Bekijk waterdichte pakaftassen op fietstas.com
Mijn Trek Checkpoint: licht en speels
Mijn andere fiets is een Trek Checkpoint SL5, een gravelbike. Een totaal andere fiets: licht, wendbaar, gebouwd om over onverhard terrein te rijden. Op deze fiets zou een set zware pakaftassen voelen als wandelschoenen onder een hardloper — het kan, maar het slaat de bedoeling dood.
Daarom pak ik op de Checkpoint bikepacking-stijl: een zadeltas of kleinere tassen achterop, soms een framezak, en als het moet een kleine stuurrol. Bewust minimaal.
Wat dat oplevert:
- De fiets blijft wendbaar. Geen uitstekende bagage, gewicht dicht tegen het frame — in bochten en op los terrein merk je het verschil meteen.
- Geen of een minimale drager nodig. Alles bevestigt direct aan het frame, precies wat je wilt op je fiets.
- Minder wind. De compacte tassen steken nergens uit.
- Het dwingt me te kiezen. En dat is stiekem prettig — minder spullen, minder gedoe.
Het nadeel is duidelijk: ruimte. Met bikepacking-bagage kan ik niet pakken alsof ik een week wegga. Ik moet keuzes maken, dingen thuislaten, en accepteren dat de onderste laag in mijn zadeltas onderweg lastig bereikbaar is. Maar voor een snel weekend, hotelreis of een dag stevig gravelen is dat precies goed.

Bekijk bikepacking tassen en frametassen op fietstas.com
Hoe kies jij?
Je hoeft geen twee fietsen te hebben om de juiste keuze te maken. Het draait om het type rit dat je het vaakst doet. Een paar vuistregels die voor mij kloppen:
- Meerdaagse toer, vooral asfalt, comfort en ruimte belangrijk? Klassieke pakaftassen. Je krijgt overzicht en volume, en je fiets stuurt stabiel.
- Korte trip, veel onverhard, of een fiets zonder bagagedrager? Bikepacking. Licht, wendbaar, en geschikt voor vrijwel elk frame.
- Gewone dagrit met jas, gereedschap en wat te eten? Dan heb je geen van beide systemen volledig nodig — één framezak of een stuurtas is vaak al genoeg.
En weet je wat het eerlijke antwoord van de meeste ervaren fietsers is? Allebei. Ik gebruik mijn pakaftassen voor de grote tochten en mijn lichte set voor het snelle weekend. Begin met het systeem dat past bij je meest gemaakte rit, en breid pas uit als je merkt dat je iets mist. Twee complete sets tegelijk kopen is zelden nodig.
Alle fietstassen van fietstas.com
Eén ding waarop ik nooit bezuinig
Of je nu voor pakaftassen of bikepacking kiest: bezuinig niet op waterdichtheid en bevestiging. Ik heb het meegemaakt — een tas die langzaam losschuift over een hobbelig pad, of vocht dat na een lange regenbui toch bij je slaapzak komt. Het kost je geen materiaal, maar wel je humeur en soms je nachtrust.
Goede tassen zijn een investering die zich jaren terugbetaalt. Mijn pakaftassen hebben al heel wat landsgrenzen gezien en gaan nog altijd mee. Dat vertrouwen onderweg — weten dat je bagage gewoon doet wat het moet doen — is meer waard dan de paar euro die je bespaart op een goedkoper alternatief.
Kies dus op basis van je rit, niet op basis van de prijs. De rest komt vanzelf met de kilometers.